Toen het Metropole Orkest bij ons kwam voor een rebranding, lag er een heel concrete vraag.
Het orkest heeft een hoge naamsbekendheid en werkt samen met grote en heel uiteenlopende artiesten. Denk aan Anouk, Snarky Puppy, Bono, Ella Fitzgerald, Herbie Hancock en Gregory Porter.
Voor de communicatie rond zo’n samenwerking wordt vaak gewerkt met de fotografie of key visual van de artiest. Logisch ook, want daar zit vaak geweldig beeld tussen en die artiest speelt een belangrijke rol.
Maar daar ontstond tegelijkertijd het probleem voor het Metropole Orkest. Hun logo stond natuurlijk wel op die uitingen, maar als merk raakten ze meestal behoorlijk ondergesneeuwd, terwijl het Metropole Orkest zelf ook een belangrijk onderdeel van zo’n samenwerking is.
De belangrijkste vraag werd daarom: Hoe kunnen we het Metropole Orkest zelf veel zichtbaarder maken en tegelijkertijd alle ruimte blijven geven aan de artiest? We moesten een oplossing vinden waarmee die twee werelden naast elkaar konden bestaan. Of nog beter: samen meer zouden worden.
Kunnen we de muziek zelf gebruiken?
Voor het antwoord zijn we gaan zoeken naar iets wat heel eigen is aan het Metropole Orkest en tegelijkertijd al die verschillende samenwerkingen met elkaar verbindt. En dan kom je natuurlijk al snel uit bij de muziek.
We wilden die muziek niet alleen als inspiratie voor de identiteit gebruiken, maar onderzoeken of we haar daadwerkelijk onderdeel konden maken van het ontwerp.
Kunnen we sound visualiseren?
We zijn gaan experimenteren met een algoritme waarin een soundfile de input vormt voor het beeld. Uit het geluid ontstaat een eigen vormtaal en beweging. Zo wordt motion een intrinsiek onderdeel van de identiteit: de muziek zelf bepaalt hoe het merk beweegt en eruitziet.
Voor de corporate identiteit hebben we dat principe nog verder doorgevoerd. We vroegen chef-dirigent Jules Buckley om een soundlogo voor het Metropole Orkest te componeren. Ook die soundfile gaat door hetzelfde algoritme en vormt zo de basis voor de eigen bewegende beeldtaal van het orkest.
We hadden daarmee een heel eigen en herkenbaar visueel systeem. Het werkte. Maar het loste het probleem nog niet helemaal op.
We konden de nieuwe beeldtaal van het Metropole Orkest combineren met de key visual van een artiest. Alleen bleven het visueel nog te veel twee verschillende werelden. De ene keer trok de identiteit van het Metropole Orkest te veel aandacht naar zich toe, de andere keer overheerste het beeld van de artiest. We wilden meer synergie.
De oplossing vonden we in kleur
Uit iedere aangeleverde key visual van een artiest selecteren we drie kleuren. Die kleuren worden vervolgens toegevoegd aan hetzelfde algoritme waarmee de vormtaal wordt gegenereerd.
De gegenereerde vorm blijft daardoor herkenbaar van het Metropole Orkest, maar krijgt de kleuren van de visuele wereld waarin die terechtkomt. De identiteit kan zich zo steeds aanpassen aan een nieuwe artiest én herkenbaar Metropole Orkest blijven.
En precies daar ontstond de synergie die we zochten. De fotografie van de artiest en de generatieve vormtaal van het Metropole Orkest begonnen samen één beeld te vormen.
In combinatie met een heldere, eigenzinnige typografie ontstond zo een grafisch dynamisch systeem waarin beide partijen zichtbaar zijn en iedere samenwerking toch een heel eigen gezicht heeft.
En dan moet iemand er maandag gewoon mee kunnen werken
Een identiteit moet uiteindelijk ook gewoon goed werken voor de mensen die er iedere dag mee aan de slag gaan.
Daarom kijken we tijdens zo’n traject heel praktisch naar de organisatie. Wat is de capaciteit van het team? Welke kennis is er in huis? Met welke programma’s werken ze? Welke middelen moeten ze regelmatig maken? Hoe snel moeten ze kunnen schakelen? En wat willen ze zelfstandig kunnen doen? Op basis daarvan ontwerpen we een workflow.
We werken graag met templates en voorbereide bestanden waarmee een communicatieteam zelf nieuwe uitingen kan maken. Daarbij bepalen we welke onderdelen vaststaan om de identiteit herkenbaar te houden en waar juist ruimte zit om te spelen.
Voor het Metropole Orkest betekende dat dat het team zelf met de identiteit aan de slag kan. Nieuwe artiest, nieuwe key visual, nieuwe kleuren en nieuwe uitingen, terwijl het systeem ervoor zorgt dat alles herkenbaar onderdeel blijft van dezelfde identiteit.
Daar hoort ook een goede overdracht bij. We leggen uit hoe het systeem werkt, hoe je ermee kunt spelen en welke ontwerpregels belangrijk zijn. Waar nodig maken we daar documentatie voor. Zo kan een organisatie snel schakelen en zelfstandig nieuwe middelen maken, zonder voor iedere uiting terug te hoeven naar het bureau.
Wat hebben we dan eigenlijk ontworpen?
Natuurlijk is het resultaat een nieuwe visuele identiteit voor het Metropole Orkest, maar achter het eindresultaat zit een aantal heel concrete antwoorden op de vragen waarmee het project begon.
We hebben een visueel systeem ontwikkeld dat voortkomt uit iets wat intrinsiek bij het Metropole Orkest hoort: de muziek. We hebben een manier gevonden waarop de identiteit zich kan verbinden met steeds wisselende artiesten en hun beeldwerelden. En we hebben het systeem zo ingericht dat het communicatieteam er in de praktijk zelfstandig mee kan werken.
Het resultaat is een identiteit waarin het Metropole Orkest zichtbaar zichzelf kan blijven, juist wanneer het het podium met iemand anders deelt.